يَا أَجْمَلَ الْأَنْبِيَاء
Oh Most Beautiful of Prophets
Nl
يَا أَجْمَلَ الْأَنْبِيَاء
يَا أَكْمَلَ الْأَصْفِيَاء
O schoonste der profeten
O meest volmaakte der uitverkorenen
يَا خَاتَمَ الرُّسْلِ مَا
أَحْلَاكَ فِي قَلْبِي
O Zegel der Gezanten — hoe
zoet zijt gij in mijn hart!
يَا ذَا الَّذِي نُسْخَةُ
الْأَكْوَانِ فِيْكَ مَطْوِيَّ
O gij in wie de blauwdruk der
schepping is gevouwen en besloten,
عَطِيَّةٌ أَزَلِيَّة
Een tijdloos, eeuwig geschenk
أَنْتَ الَّذِي أُعْطِيتَ
الشَّفَاعَةَ الْوَافِيَّة
Gij zijt degene aan wie is geschonken
de volledige voorspraak
وَ الْخَلْقُ حِينَئِذٍ
يَلْتَمِسُونَ الْأَنْبِيَاءْ
En wanneer de ganse schepping
de profeten zal opzoeken,
ثُمَّ يُقَالُ لِلْأَنَامْ
قَدْ نِلْتُمُ الْأُمْنِيَّة
Dan zal er tot de mensheid worden gezegd:
“Gij hebt uw hoop bereikt —
أَلَا اقْصِدُوْا مُحَمَّدًا
بَابَ الْإِلَهِ الْعَالِيَ
Wendt u tot Muhammad
de Poort van de Verheven Heer.”
آيَاتُهُ شَافِيَة
Zijn tekenen zijn helend
وَهُوَ الْمُعَدُّ لَهَا
وَ ذُوَ الْثَنَاءِ الْوَافِيَ
En hij is degene die daarvoor bereid is
hij is de volmaakte lofprijzing zelve.
ثُمَّ يُنَادِي سَاجِدًا
يَا رَبِّ جُدْ رَاضِيَـا
Dan zal hij in prostratie roepen:
“O mijn Heer, schenk en wees welbehaagd!”
يُنَادِي اشْفَعْ يَا حَبِيْبِ
يَا صَفْوَةَ الْأَصْفِيَاءْ
Men zal roepen: “Doe voorspraak, o Geliefde!
O zuiverste der uitverkorenen,
وَسَلْ تُعْطَى مَا تَرُوْم
وَلَا تَدَعْ عَاصِيَا
Vraag en u zal gegeven worden
en laat geen van de zondaars achter.”
يَا صَفْوَةَ الْأَصْفِيَاءْ
O zuiverste der uitverkorenen
صَلُّوْا عَلَى مَنْ عَلَا
فَوْقَ السَّمَا رَاقِيَا
Zend zegeningen over degene
die boven de hemelen is opgevaren,
هذَا حَبِيْبٌ غَدًا
عَنَّا العَنَـا مَـاحِيَا
De Geliefde die morgen
alle beproeving van ons zal wegnemen.
يَا رَبَّنَا عَطَّفْ عَلَيْنَا
قَلْبَهُ الزَّاكِيَا
O onze Heer, neig tot ons
de erbarming van zijn zuivere hart,
وَاخْتِمْ لَنَا خِتَامَ مِسْكٍ
يَا مُجِيْبَ الدَّاعِيَا
En bezegel ons einde met de geur van muskus
O Gij die de roependen verhoort,
بِالْأَسْرَارِ الذَّاتِـيـــة
Bij de Geheimen van de Essentie