اَلـلَّـهُ يَـا اَلـلَّـه صَـلَّـى عَـلَـى الـزَّيْـن
Allah, o Allah, zegen de Schone
Nl
اَلـلَّـهُ يَـا اَلـلَّـه
صَـلْـوا عَـلَـى الْـزَّيْـنِ
Allah, o Allah!
Zend zegeningen over de Schone
طَـاطَـا الْـقَـمَـرْلِأَحْـمَـد
وَانْـشَـقَّ نِـصْـفَـيْـنِـى
De maan gehoorzaamde Ahmad,
En spleet in twee helften
أَبُـو بَـكْـرُ يَـا صِـدِّيـقْ
صَـاحِـبِ الْـنَّـبِـى وَرَفِـيـق
O Abu Bakr, o Siddiq,
Metgezel en boezemvriend van de Profeet
بِرُوحُهْ فَدَاهْ فِي الضِّيقْ
مِـنْ لَـدْغَـةِ الْـنِّـيـنِـى
Met zijn eigen ziel kocht hij hem vrij in nood,
De slangenbeet verdragend om zijnentwille
لَـمَّـا عُـمَـرْ أَسْـلَـم
فَـرِحَ الْـنَّـبِـى وَتَـبَـسَّـم
Toen Umar de islam omhelsde,
Verheugde de Profeet zich en glimlachte hij
تَـبَـاشَـرَ الْإِسْـلَام
بِـدُخُـولِـهْ فِـي الْـدِّيـنِـى
En de islam ontving blijde tijdingen,
Met zijn intrede in het geloof
عُـثْـمَـانُ يَـا عُـثْـمَـان
يَـا جَـامِـعَ الْـقُـرْءَان
O Uthman, o Uthman,
O verzamelaar van de Koran
صِـهْـرِ الْـنَّـبِـى الْـعَـدْنَـان
زَوَّجَـهُ بِـنْـتَـيْـنِـى
Schoonzoon van de Adnani Profeet,
Die hem twee van zijn dochters ten huwelijk gaf
عَـلِـىُّ يَـا كَـرَّار
سَـيْـفُـكَ طَـوِيـل بَـتَّـار
O Ali, o standvastige strijder,
Uw zwaard is lang en scherp
يَـا هَـازِمَ الْـكُـفَّـار
قَـتَـلَ الْـمَـلَاعِـيـنِـى
O overwinnaar van de ongelovigen,
Die de vervloekte vijanden neersloeg
جَـاتُـهْ الْـمُـرَبِّـيَـةْ
حَـلِـيـمَـةْ الْـسَّـعْـدِيَّـة
Zijn pleegmoeder kwam naar hem toe,
Halima al-Sa’diyya
قَـالَـتْ وَهَـبُـوةْ لِـيَـا
يَـا رَبِّ هَـنِّـيـنِـى
Zij zei: "Schenk hem aan mij,
O Heer, verblijd mij door hem."
جَـالُـه الْـجَـمَـل جَـالُـه
يَـزْحَـف عَـلَـى عِـقَـالُـه
De kameel kwam naar hem toe,
Kruipend over zijn touw
لَـمَّـا جَـالُـه جَـمَـالُـه
سَـلِّـم عَـلَـى الـزَّيْـنِـى
Toen hij zijn schoonheid aanschouwde,
Groette hij de Schone